Ga naar de inhoud van deze pagina Ga naar het zoeken Ga naar het menu
Vorige pagina

Raadsvergadering

woensdag 24 juni 2026

18:00 - 22:00
Locatie

Raadszaal

Voorzitter
Roel Wever
Griffier/Secretaris
Teun Zwemmer

Agendapunten

  1. 1
    Opening en vaststellen agenda raadsvergadering
  2. 2
    Vragenuur
  3. 3
    Vaststellen notulen raadsvergadering d.d. 3 juni 2026
  4. 4
    Vaststellen van de Ingekomen stukken en de wijze van afdoening
  5. 6

    Voorstel
    1. De zomernota 2026 vast te stellen met de volgende wijzigingen ten opzichte van de primitieve begroting 2026:


    a. De budgettair neutrale financiële mutaties (begrotingswijzigingen) over de programma’s als volgt bij te stellen:
    0. Bestuur en Ondersteuning € 3.809.000
    1. Veiligheid € 329.000
    2. Verkeer en Vervoer € 181.000
    3. Economie € 931.000
    4. Onderwijs -/- € 204.000
    5. Sport, cultuur en recreatie -/- € 404.000
    6. Sociaal Domein -/- € 1.621.000
    7. Volksgezondheid -/- € 3.288.000
    8. VHROSV € 268.000
    Bestemming € 0


    b. De reserve ‘Nog uit te voeren werkzaamheden’, zoals gevormd bij de jaarrekening 2025, volledig te laten vrijvallen ten gunste van begrotingsjaar 2026 en deze middelen toe te voegen aan de programma’s waaruit de reserve oorspronkelijk is gevormd.

  6. 7

    Voorstel
    1. De verplichting tot geheimhouding die rust op de Excel berekening van Royal Haskoning én de Meerjarige Onderhoudsplan van Bremen Bouwadvies met betrekking tot de Buttingstraat 47 niet op te heffen en het verzoek op dit punt af te wijzen.

  7. 9

    Voorstel
    1. De verordening tot derde wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Heerlen 2021 vast te stellen, met de volgende wijzigingen:
    a. Wijziging bepaling met betrekking tot drugshandel op straat.
    b. Wijziging bepaling met betrekking tot openlijk drugsgebruik.

  8. 12

  9. 14

  10. 15

    Voorstel
    1. Aan het Dagelijks Bestuur van de ODZL kenbaar te maken:
    a. kennis te hebben genomen van de concept-jaarrekening 2025 (inclusief jaarverslag 2025) en de bestemming, en te vragen welke oorzaken en gevolgen de onderbesteding op personeel ad € 1,4 miljoen heeft en hoe dit in de toekomst voorkomen kan worden (feitelijk en begrotingstechnisch);
    b. bij wijze van zienswijze in te stemmen met de ontwerpbegrotingswijziging 2026;
    c. bij wijze van zienswijze niet in te stemmen met de ontwerpbegroting 2027 voor het deel waarin gesteld wordt dat het doorvoeren van structurele bezuinigingen niet opportuun is gelet op de robuustheidscriteria en daarbij vragen om aanvullende bezuinigingsvoorstellen;
    d. bij wijze van zienswijze niet in te stemmen met de ontwerpbegroting 2027 voor het deel dat ziet op de financiering van de basistaak energietoezicht en te vragen om een aanvullende onderbouwing.

  11. 16

    Voorstel
    1. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 -2030 van GR WOZL.
    2. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 -2030 GR WSP Parkstad met dien verstande dat de werking van de Duale Poort vraagt om nadere financiële en inhoudelijke duiding.

  12. 17

    Voorstel
    1. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de Bijgestelde begroting 2026 en de Begroting 2027–meerjarenraming van de Gemeenschappelijke Regeling Solido;
    2. Daarbij aan het dagelijks bestuur van Solido de verwachting uit te spreken dat uiterlijk in juli 2026 een nadere notitie wordt aangeboden met concrete maatregelen en scenario’s om de kostenontwikkeling te beperken dan wel de begroting gedeeltelijk terug te draaien, inclusief de financiële en beleidsmatige consequenties daarvan.

  13. 18

  14. 19

  15. 20

    Voorstel 
     1. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de conceptbegrotingswijziging 2026-1 GR Omnibuzz; 
     2. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de conceptbegroting 2027 GR Omnibuzz.

  16. 21

    Voorstel
    1. Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de begroting 2027 van de GGD Zuid Limburg.
    2. In te stemmen met de begrotingswijziging 2026 van de GR GGD Zuid-Limburg, waarmee de noodzakelijke uitbreiding van de formatie binnen Veilig Thuis wordt gefaciliteerd.

  17. 22

    Voorstel:
    Bij wijze van zienswijze in te stemmen met de begroting 2027 van de Gemeenschappelijke Regeling Reinigingsdiensten Rd4.

  18. 23

    Voorstel
    1. Positief te adviseren op het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het realiseren van infrastructurele voorziening in de vorm van een nutsvoorziening voor het verdelen van elektriciteit over langere afstanden op de locatie Gravin van Schönbornlaan, perceel HBK B 3910.

  19. 24

    Voorstel
    1. Positief te adviseren op het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het realiseren van infrastructurele voorziening in de vorm van een nutsvoorziening voor het verdelen van elektriciteit over langere afstanden op de locatie Imstenraderweg 6422 PM/Euregioweg te Heerlen.

  20. 25

    Voorstel
    1. Positief te adviseren op het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit voor het realiseren van infrastructurele voorziening in de vorm van een nutsvoorziening voor het verdelen van elektriciteit over langere afstanden op de locatie Schandelermolenweg perceel 1256.

  21. 26

    Voorstel
    1. Op grond van artikel 9.1. eerste lid onder a van de Omgevingswet en voor de duur
    zoals omschreven in artikel 9.4. eerste lid onder c van de Omgevingswet tot het
    vestigen van een gemeentelijk voorkeursrecht op de onroerende zaken die zijn
    vermeld op de bij dit besluit behorende kadastrale tekening met kenmerk Geo-
    31170 en de bij dit besluit behorende perceellijst vermeldende hun kadastrale
    aanduiding, hun grootte en de namen van de eigenaren en rechthebbenden, een en
    ander volgens de openbare registers van het kadaster naar de stand per 23 april
    2026, zulks met de aantekening dat deze onroerende zaken eerder in een
    aanwijzing betrokken zijn geweest, te weten een aanwijzing van burgemeester en
    wethouders van 15 april 2026 ingevolge artikel 9.1. tweede lid van de
    Omgevingswet, welk voorkeursrecht vervalt drie maanden na het ingaan ervan of,
    als dat eerder is, op het tijdstip dat een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1,
    eerste lid van de Omgevingswet ingaat;
    2. Vast te stellen dat op de bij dit besluit betrokken onroerende zaken in de afgelopen
    twee jaar niet eerder betrokken is geweest bij het vestigen van een voorkeursrecht
    op grond van artikel 9.1 eerste lid onder a van de Omgevingswet;
    3. Vast te stellen dat dit voorkeursrecht vervalt vijf jaar na het ingaan ervan, tenzij
    die termijn met toepassing van artikel 9.4. tweede lid met 5 jaar is verlengd, aan
    het einde van de verlengde termijn;
    4. Het (gedeeltelijk) intrekken van het voorkeursrecht (na vestiging) te mandateren
    aan het college van burgemeester en wethouders en de daarmee samenhangende
    feitelijke handelingen te machtigen;
    5. Dit besluit gedurende zes weken ter inzage te leggen op het gemeentehuis, kennis
    te geven van de terinzagelegging in het Gemeenteblad, en de eigenaren en andere
    belanghebbenden per brief van de procedurele en materiële rechtsgevolgen van dit
    besluit in kennis te stellen;
    6. Dit besluit uiterlijk binnen vier dagen na bekendmaking daarvan te doen inschrijven
    in de openbare registers van het kadaster.